Bewegen
Pieter-van-de-hoogenband-3

Column: ‘Ouders kunnen kinderen niet dwingen tot topsport’

Ouders willen graag dat hun kinderen uitblinken, ook in sport. Maar niet ieder kind is in de wieg gelegd om topsporter te worden. En het is veel belangrijke dát ze sporten en daar ook plezier aan beleven, stelt meervoudig zwemkampioen Pieter van den Hoogenband.

Inspire a generation. De slogan die de organisatie van de Olympische Spelen voor Londen 2012 had bedacht, was wat mij betreft helemaal ráák. Niet alleen in Groot-Brittannië leefden de Spelen als nooit tevoren onder de jeugd, maar ook in Nederland raakten vele kinderen in de ban van de prestaties van Marianne, Ranomi, Epke, Dorian en al die andere helden van Oranje.

Nu zou ik mijn eigen zoon niet meteen stimuleren om – hoog in de lucht zwevend – een driedubbele salto met schroef te gaan doen en dan achterwaarts een rekstok proberen vast te pakken. Hij heeft pas net z’n zwemdiploma, dus eerst maar eens beginnen met een baantje borstcrawl, zou ik zeggen. Dan zien we daarna wel verder of-ie nog steeds de ‘nieuwe Epke’ wil worden, zoals hij sinds dinsdag 7 augustus 2012 met droge ogen beweert.

Vrij laten
Van mij hoeft-ie overigens echt niet de ‘nieuwe VDH’ te worden, hoor. Integendeel. Net zoals mijn ouders mij nooit gepusht hebben om te gaan zwemmen en steeds meer te gaan trainen, zal ik ook mijn eigen kinderen vrijlaten in hun keuzes. Ik weet als geen ander wat je er allemaal voor moet doen en vooral voor moet láten om alleen al de nationale top in een sport te bereiken, laat staan de internationale top.

Als ze ooit de Olympische Spelen halen in welke sport dan ook, dan zal ik uiteraard apetrots op de tribune zitten. Maar als ‘ik’ niet verder kom dan op zaterdagochtend lekker aan de rand van het voetbalveld, met een bakkie koffie in de hand, naar de F8 van de plaatselijke voetbalclub te kijken, vind ik het ook prima. Nee, het zou me geen bal uitmaken als ik andere vaders tegen elkaar hoor zeggen dat die kleine Pieter al net zo slecht is als z’n vader vroeger. Ik vind het niveau waarop mijn kinderen sporten niet belangrijk, áls ze maar sporten! 

Lichaamsbouw
Voor welke sport je kind het meest geschikt is, kun je eigenlijk sowieso niet voorspellen. Het is een combinatie van factoren. Interesses, lichaamsbouw, talent uiteraard en ook of er een vereniging in de buurt is waar je jouw favoriete sport kunt beoefenen. En ja, ouders kunnen natuurlijk – onbewust – wel een beetje ‘sturen’.

Mijn moeder was oud-zwemster, ex-olympiër én zwemtrainster bij PSV in Eindhoven. M’n vader een waterpoloër. Dus het was ook weer niet heel erg onlogisch dat ik een bal liever uit de sloot náást het voetbalveld haalde dan ‘m vanaf de zestien in de kruising te peren. Uiteindelijk waren de genen denk ik toch wel heel erg bepalend voor het feit dat mijn broertje (waterpolo) en ik uiteindelijk net als onze ouders toch in het chloor belandden. Alhoewel, mijn zusje moest nooit iets van water hebben. Maar die liet ook altijd haar boterham met pindakaas staan, dus dan weet je het wel.”

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond leven?