Interview
Leestijd
4 min.

‘Downton Abbey leert publiek onbewust nieuwe dingen over die tijd’

De Amerikaanse regisseur Michael Engler stond mede aan de wieg van grote hits als Sex and the City en Six Feet Under. Nu maakt Engler met Downton Abbey, een andere succesvolle serie waar hij lange tijd aan werkte, de overstap naar het witte doek. “Een regisseur mag starstruck zijn, maar moet dat nóóit laten merken.”

Engler heeft al vaak masterclasses gedaan over zijn werk. Maar zo geïnteresseerd en opmerkzaam als het Nederlandse publiek trof hij ze niet vaak, beklemtoont hij meteen na een sessie op het Nederlands Filmfestival in Utrecht. “Ik geef ook les op NY University, maar dan heb je het over studenten in het graduate programme; daarvan verwacht je slimme vragen en bovengemiddelde interesse. Maar er zaten nu vooral Nederlandse fans in de zaal die niet voor de Amerikaanse filmstudenten onder deden.”

De gelauwerde regisseur verdiende ruimschoots zijn sporen in de Amerikaanse filmwereld. Engler begon zijn carriere als theatermaker, maar maakte begin jaren negentig de overstap naar de televisie. In de afgelopen dertig jaar regisseerde hij afleveringen van tientallen hitseries, van Sex and the City tot Six Feet Under, van Deadwood tot West Wing. Zijn belangrijkste advies aan jonge makers? “Als je in deze wereld begint, is het belangrijker met wie je werkt dan wat je precies op een set doet”, legt hij uit. “Probeer een baantje te vinden bij producties van mensen die jou inspireren. Al word je maar personal assistent of runner, je hebt dan wel de mogelijkheid om te kijken en te leren van die mensen. En wellicht kan je zelfs hun aandacht weten te trekken. Het is lastig om écht goed te worden in dit vak; de beste manier om dat te worden, is door kennis op te doen van de mensen die jij hoog hebt zitten.”

Breder publiek

Engler droomde nooit van een carriere in de televisiewereld, integendeel; tot de jaren negentig was hij heel gelukkig als theaterregisseur. “In de jaren negentig ontwikkelde televisie zich echt”, legt hij uit. “Er kwam, mede door de komst van zenders als HBO, meer ruimte voor andere televisieseries; meer theatraal, met meer diepgang. Theater en televisie trokken dichter naar elkaar toe.” Bovendien realiseerde de Amerikaan zich dat hij met televisie een groter en vooral breder publiek zou kunnen bereiken. “Theater was, zeker in die tijd, echt iets voor de elite; in principe preekte je vooral voor eigen parochie. Met televisie kan je ook andere groepen bereiken, met een andere sociaal-economische achtergrond of een ander opleidingsniveau. Dat vond ik heel interessant.”

De regisseur kiest doorgaans zijn series op basis van het scenario. “Het script is altijd de basis van elke productie, van Sex and the City tot Downton Abbey”, beklemtoont hij. Engler kan uit zijn enorme oeuvre lastig kiezen welke series hem het meest dierbaar zijn. “Maar er zijn bepaalde series die na tien, vijftien jaar netto meer impact blijken te hebben gemaakt dan anderen”, erkent hij. “Een serie als Six Feet Under was in alle opzichten uniek, en wordt nog steeds door vriend en vijand erkend als een meesterwerk. Ik ben heel trots dat ik met een paar afleveringen mijn kleine steentje aan dat stukje televisiegeschiedenis bij heb mogen dragen.”

Pracht en praal

Van Sex and the City leerde Engler veel over komedie maken op televisie. “Als er één ding is dat wordt onderschat, is het wel het maken van televisiecomedy”, stelt de filmer. “Het is zó lastig om de juiste balans te vinden tussen grappen en emotie. Het één kan niet zonder het andere bestaan; als je niet om personages geeft, dan komen de meeste grappen totaal niet binnen.”

Net als Sex and the City maakte ook Downton Abbey, de hitserie waarvoor hij de laatste twee seizoenen een aantal afleveringen regisseerde. “Een periodeserie als Downton Abbey leende zich uitstekend om de overstap te maken”, vindt Engler. “De pracht en praal van de Britse aristocratie komt heel goed tot zijn recht op het witte doek.” Bovendien had hij als regisseur veel meer tijd om te repeteren met de acteurs en na te denken over de juiste shots. “Bij het draaien van een tv-serie sta je eigenlijk doorlopend onder spanning”, legt de filmmaker uit. “Er is doorlopend tijdsdruk door de strakke planning. Bij een bioscoopfilm is er méér geld en dus méér tijd; niet alleen voor en tijdens het draaien, maar ook bijvoorbeeld in de postproductie. Vergelijk het met een schilder, die opeens een veel groter doek tot zijn beschikking heeft. Je kan opeens veel meer laten zien dan op een klein doekje.”

Geen ‘oudmaak-makeup’

De inzet van Engler en schrijver en geestelijk vader Julian Fellowes was een film te maken die niet alleen de fans zou bekoren, maar die óók mensen die de serie niet kennen zou kunnen aanspreken. “Er moet ook inhoudelijk wel een goede reden zijn om terug te keren met een biosocoopfilm, anders had je net zo goed een nieuwe aflevering voor televisie kunnen maken”, stelt hij. De tijdssprong van achttien maanden was een bewuste keuze. “We wilden eigenlijk alle vaste personages uit de serie terug laten keren. En op deze manier konden we enige afstand nemen van alle plots in de serie, maar was het tegelijkertijd toch nog aannemelijk dat alle vaste karakters zich nog in de nabijheid van het landgoed bevonden”, vertelt hij enthousiast. “Als er nog veel meer tijd tussen de serie en de film was verstreken, hadden we ‘oudmaak-makeup’ moeten gebruiken; dat wilden we niet.”

De regisseur is soms nog steeds ‘starstruck’ van de grote talenten die hij voor zijn camera krijgt, zoals Dame Maggie Smith. “All the time!” bekent Engler lachend. “Maar het helpt mij niet in mijn werk als ik dat laat merken; dat vinden acteurs alleen maar irritant. Jij moet de leiding hebben op een set en je moet cast en crew helpen het beste uit zichzelf te halen. Natuurlijk hoef ik iemand als Maggie Smith niet uit te leggen hoe zij moet acteren. Maar ik kan wél duidelijk maken dat voor een bepaalde situatie in het verhaal een bepaalde intonatie beter kan werken, of wat haar exacte rol in een shot moet zijn. Als regisseur heb je een beter totaaloverzicht van het verhaal of de film dan de acteurs.”

Hartverwarmende reacties

In de film valt onder meer een verhaallijn op waarin één van de vaste personages uit de kast komt als gay. “We vonden het heel belangrijk om dat thema aan te snijden”, erkent Engler. “Zeker in periodefilms kan je het publiek iets meegeven over een andere tijd. Er zijn veel mensen die niet weten hoe zwaar het was als lhbt in die tijd; dat homo’s alleen stiekem konden samenkomen in pakhuizen. Dat ze werden ontslagen en door hun familie vaak verbannen als ze bij riots op dit soort locaties werden opgepakt.”

Of er een tweede film komt? Engler lacht. “Die vraag wordt mij de laatste tijd zó vaak gesteld. Je merkt aan de cast en de andere makers dat iedereen het heel graag wil; de reacties van het publiek op deze film zijn hartverwarmend en nog enthousiater dan we hadden verwacht. Maar er moet wel een goede reden zijn om nog een film te maken; daar is Julian altijd heel helder in geweest. Downton Abbey is ons allemaal echt te dierbaar om alleen maar voor het geld een tweede film te gaan maken.”

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond leven?