Interview
Leestijd
4 min.

Één van de Nederlandse successtory’s in Amerika

Ruim dertig jaar geleden vertrok Pieter Jan Brugge naar Los Angeles om als producent zijn geluk te beproeven. Hij maakte zo’n twintig films met de grootste sterren en regisseurs, waaronder Michael Mann. Brugge opent eind augustus een retrospectief dat filminstituut Eye in Amsterdam dit najaar wijdt aan de man achter meesterwerken als Heat en The Insider. “Ik heb mij in Hollywood weten te redden door mijn nuchtere Hollandse inborst.”

Dat Paul Verhoeven, Carice van Houten en Paul Verhoeven in Amerika succes hebben, weet vrijwel iedere Nederlander. Maar dat er ook landgenoten áchter de camera in Hollywood flink aan de weg timmeren, is veel minder bekend bij het grote publiek. De meest succesvolle persoon in dat opzicht is de nu 63-jarige producent Pieter Jan Brugge. Begin jaren tachtig verhuisde hij naar Hollywood, waar de Nederlander in de loop der jaren films maakte met regisseurs als Michael Mann (Heat en The Insider, waarvoor hij een Oscarnominatie ontving), Warren Beatty (Bulworth), Alan J. Pakula (The Pelican Brief) en Edward Zwick (Glory).

Als producent levert Brugge gemiddeld eens in de twee jaar een film af. “Het is een enorm risicovol beroep”, legt de Nederlander uit. “In elk stadium kan een project stuklopen. En met het ontwikkelen an sich verdien je helemaal niets: pas als een film daadwerkelijk wordt gemaakt, wordt alle moeite die je hebt moeten doen om tot dit punt te komen beloond. Als je niet tegen onzekerheid kan, moet je een ander vak kiezen.”

Het mooiste vak ter wereld

De voordelen wegen overigens nog altijd op tegen de nadelen, vindt hij. “Het klinkt misschien als een cliché, maar dit is tegelijkertijd het mooiste vak ter wereld. Je ontmoet mensen die enorm inspireren en elke film kan een nieuwe facet van het leven verkennen. Ik heb mij de afgelopen jaren beroepsmatig verdiept in de Burgeroorlog, de Jodenvervolging, het Amerikaanse rechtssysteem en de farmaceutische industrie. Er zijn volgens mij weinig beroepen waar zo’n diversiteit aan interessante onderwerpen de revue passeert.”

Het klinkt natuurlijk stoer om te zeggen dat hij inmiddels heeft samengewerkt met sterren als Daniel Craig, Al Pacino, Robert de Niro, Russell Crowe, Helen Mirren en Robert Redford. “Maar uiteindelijk zijn dat ook gewoon mensen die serieus met hun vak bezig zijn. Tijdens een eerste ontmoeting geeft het soms nog een enorme kick om zo iemand de hand te schudden. Maar daarna moet je vooral gezamenlijk de schouders eronder zetten om een zo mooi mogelijke film te maken.”

Volg vooral je instinct

Brugge heeft sinds een aantal jaar zijn kantoor in Los Angeles, op het terrein van de Red Studios. Hier werkt hij al vijf jaar aan Bosch, de hitserie van Amazon naar de boeken van schrijver Michael Connelly. Het is de eerste keer dat de Nederlander de leiding heeft over een serie. “Het is ontzettend leuk en heeft een heel andere dynamiek dan een speelfilm”, vertelt hij geestdriftig. “In acht dagen moet een aflevering worden gedraaid; per dag doen we gemiddeld drie locaties aan. Je moet voortdurend beslissingen nemen, alles loopt door elkaar heen. Terwijl de opnames plaatsvinden, moeten de scenario’s, regisseurs en acteurs voor komende afleveringen worden goedgekeurd. Het is vooral een kwestie van op je instinct afgaan: het geeft een groot gevoel van voldoening als dat lukt.”

Televisie is meer dan film een medium voor producenten en schrijvers, stelt Brugge. “Je drukt als producent een heel belangrijk stempel op de sfeer en de look van de serie. Bij een film heb je minder invloed op creatieve keuzes die dan door de regisseur worden gemaakt.” De Nederlander signaleerde een aantal jaar geleden de opmars van televisie en liet aan de producent van de Amerikaanse remake van The Killing weten open te staan voor een serie. “Zij waren net aan het onderhandelen over de rechten van de boeken van Connelly. Ik heb aangeboden te helpen met het ontwikkelen van de pilot, die vervolgens werd verkocht aan Amazon. Het vinden van de juiste projecten is een kwestie van een beetje talent, een beetje geluk en een flinke dosis passie.”

Zoeken naar een opening

Op de middelbare school werd de filmsmaak van Brugge grotendeels gevormd door de grote Amerikaanse regisseurs van de jaren zeventig: Martin Scorsese, Francis For Coppola en Alan J. Pakula – met wie hij twintig jaar later thrillers Consenting Adults en The Pelican Brief zou maken. Hij studeerde af aan de Filmacademie in Amsterdam en volgde een opleiding aan de American Film Institute. Nadat Brugge in Nederland met regisseur Jean van de Velde het drama De Afstand had gemaakt, besloot hij toch zijn geluk te gaan beproeven in de VS. “Word ik een grote vis in een kleine vijver, of volg ik mijn échte droom en vertrek ik naar Hollywood?”, omschrijft hij zijn ambities van toen.

In Los Angeles was het vooral een kwestie van contacten leggen, ontmoetingen ensceneren en “het vinden van een opening. Je moet daar redelijk berekenend in zijn: wie heb ik nodig om de stappen te zetten zodat ik terechtkom op de plek waar ik kan doen wat ik wil?” Via baantjes als productieleider bij Cannon Films maakte hij de overstap naar studiofilms; in 1989 kreeg hij de kans om met regisseur Edward Zwick het historische drama Glory te maken.

Geen villa met zwembad

De oorlogsfilm over het eerste zwarte regiment in de Burgeroorlog won drie Oscars, onder meer voor hoofdrolspeler Denzel Washington. “Toen gingen opeens álle deuren open”, vat Brugge samen. “Maar ik moet wel zeggen dat het in de jaren tachtig een stuk eenvoudiger was om voet aan de grond te krijgen in Amerika dan nu het geval is. De filmindustrie was veel transparanter en the sky was the limit. Dat is de afgelopen jaren wel anders geworden door de financiële crisis, piraterij en de enorme invloed van internet.” Dat is in Amerika, waar het maken van films niet wordt gesubsidieerd door de overheid zoals dat in Nederland het geval is, nog veel sterker merkbaar, stelt hij. “Hier in Hollywood is een film echt een product. In Europa wordt het meer gezien als kunstuiting die van groot belang is voor de identiteit van het land waar de film is gemaakt.”

De producent heeft zich in zijn carrière echter nooit laten leiden door geld, stelt hij met klem – iets dat veel mensen in Hollywood wel doen. “Je kan wel kiezen voor een groot huis met een enorm zwembad en een dure auto. Maar ik heb altijd alleen maar films gemaakt waarvan ik vond dat ze gemaakt móesten worden.” Brugge woont in een mooi, maar bescheiden appartement in Venice Beach. “Ik heb nooit de druk gevoeld dat ik projecten móest aannemen omdat ik anders de hypotheek niet meer kon betalen. Ik denk dat dat toch mede te danken is aan mijn nuchtere Nederlandse inborst.”

De vraag of hij het ‘gemaakt heeft’ in Amerika, vindt Brugge heel moeilijk te beantwoorden. “Ik had een droom en een ambitie, en die heb ik gerealiseerd”, erkent hij. “In die zin ben ik één van de Nederlandse successtory’s in Amerika.”

De films die Pieter Jan Brugge maakte samen met regisseur Michael Mann zijn in september te zien in filmmuseum Eye in Amsterdam in het programma Heat & Vice. Voor meer informatie: www.eyefilm.nl.

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond leven?