Interview
Leestijd
3 min.

‘Ik mag nu eindelijk kiezen wat ik écht zien wil’

Joop van den Ende heeft begin oktober in Duitsland een grote oeuvreprijs gekregen voor zijn bijdrage aan het Duitse culturele leven. Het was een van de eerste keren dat de 77-jarige theaternestor weer acte de présence gaf nadat hij vorige jaar zijn bedrijf Stage Entertainment verkocht.

Welke rol speelt Duitsland in uw lange en roerige carrière?

“Ik heb in mijn leven 31 nieuwe musicals mogen produceren; zeven daarvan heb ik ontwikkeld in Duitsland. Duitsland was na Nederland voor mij persoonlijk de belangrijkste markt; als je naar de cijfers kijkt, is Hamburg na New York en Londen zelfs de grootse musicalmarkt ter wereld. Ik heb mogen helpen de Duitse musical-scene groot te maken. Toen wij in Hamburg kwamen, waren er maar twee theaters, nu zijn er vijf.”

Hoeveel prijzen heeft u inmiddels, en waar bewaart u ze allemaal?

“Haha, ik weet het écht niet, het zijn er volgens mij tegen de tweehonderd. Ik heb kantoren in acht landen, op elk kantoor staan er wel een paar. Ik heb Tony Awards, een aantal Olivier Awards, twee Franse prijzen, een paar Spaanse beeldjes. Ik ben de tel echt kwijtgeraakt, sorry.”

Heeft zo’n nieuwe prijs nog wel waarde dan?

“Een prijs heeft áltijd waarde, omdat het een blijk is van waardering. Het is bullshit als mensen zeggen: prijzen doen mij niets. Het maakt niet uit wie een prijs uitreikt, maar het is een compliment. En een compliment krijgen is altijd leuk. Ik ben oprecht blij met elke prijs die ik heb ontvangen. Maar Duitsland heeft ook in deze een speciaal plekje voor mij; daar wordt musical echt als kunstvorm gezien.”

Dit klinkt als een kleine sneer naar Nederland, waar dat niet het geval is.

“Veel mensen zien het, ook in Nederland, als zeer gerespecteerde kunstvorm. Een aantal mensen niet, en dat mag. Ik ben blij dat de Raad van Cultuur onlangs het advies uitbracht aan het ministerie om musical officieel als kunstvorm te erkennen en te gaan subsidiëren. Het gaat dan met klem niet om de grote commerciële producties die er al zijn, maar om de ontwikkeling van jonge talenten: nieuwe regisseurs, nieuwe componisten, schrijvers, choreografen, uitvoerende kunstenaars. We hebben fantastische opleidingen in Nederland. Maar tussen die opleidingen en de grote professionele musicals zit een gat. Bij toneel en opera en ballet is dat gat gedicht, bij musicals nog niet. Je moet dingen kunnen uitproberen, je moet nieuwe voorstellingen kunnen maken, ook voor een kleiner publiek.”

U verkocht ruim een jaar geleden Stage Entertainment. Hoe bevalt de rust u?

“Ik heb een half jaar wat gas teruggenomen, ook om emotioneel te verwerken dat ik mijn bedrijf heb verkocht. Ik ben heel blij dat ik mijn bedrijf in een veilige haven heb kunnen achterlaten; een nieuwe eigenaar met gevoel voor kwaliteit en voldoende kapitaal. Maar daarna viel ik wel in een zwart gat. Daar ben ik inmiddels van hersteld, en ik doe nu nieuwe dingen. Ik ontwikkel en help bij veel nieuwe initiatieven; mensen vragen mij advies te geven over nieuwe producties. De Raad van Cultuur heeft mij gevraagd om advies over hoe die nieuwe musical-regeling eruit zou moeten zien. Ik heb de Foundation, ik zet mij in voor meer muzieklessen in de klassen. Eigenlijk ben ik bijna weer fulltime aan het werk.”

Kijkt u anders naar musicals nu u officieel geen producent meer bent?

“Dat zat ik mijzelf vanavond eigenlijk ook af te vragen. Op het hoogtepunt van mijn carrière verzorgde ik de voorstellingen in 25 theaters, er werden per jaar 8 miljoen kaartjes verkocht; dan moet je een heel breed scala aan musicals kiezen. Met de ene musical heb je natuurlijk meer affiniteit dan met de andere, dat kan niet anders.  Ik hou enorm van het genre. Maar de dwang om álles te moeten zien is weg; ik kan nu de dingen kiezen die ik zelf echt mooi vind.”

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond leven?