Interview
Leestijd
4 min.

Neem de regie over je eigen werkgeluk

Vraag jij je wel eens af: waarom doe ik nu eigenlijk wat ik doe? Dan ben je volgens coach Hélène van Oudheusden niet de enige. Ze deed onderzoek naar werkgeluk en schreef naar aanleiding daarvan het boek Maak een krachtplek van je werk. Met zeven gouden tools om ook op je werk goed voor jezelf te zorgen.

Wat is belangrijk voor werkgeluk?

Werkgeluk is afhankelijk van de zingeving die je haalt uit je werk. Dat gaat allemaal om: waarom doe je wat je doet en doe je wel waar je blij van wordt? Voor de een is dit bijvoorbeeld “Ik vind het fijn dat door mij alles op rolletjes loopt” en voor de ander is dit “Ik vind het belangrijk om iets bij te dragen aan de de maatschappij”. Als je weet welke zingeving jij aan je werk geeft, dan wordt werk een vervulling van wat jij met jouw talenten kunt doen. In plaats van vooral iets waarmee je de hypotheek en de vakanties betaalt.’

Hoe kom je erachter wat die zingeving precies is? 

‘Stel jezelf de vraag: wat maakt jou blij op je werk? Splits je werk uit in de diverse taken die je doet. Kijk vervolgens kritisch naar welke taken je wel en welke taken je niet, of minder leuk vindt. Als je dan kijkt naar wat je leuk vindt, dan kun je vervolgens bedenken: hoe kan ik hier meer van doen? Dat hoeft niet per se binnen je werk te zijn. Stel: je vindt organiseren heel leuk, maar dat is een klein onderdeel van je werk. Dan kun je dit misschien naast je werk gaan doen, in de vorm van vrijwilligerswerk bijvoorbeeld. Je zult vanzelf merken dat als je jouw talenten meer gebruikt, je óók gelukkiger wordt binnen je betaalde baan.’ 

Zingeving is dus belangrijk. Maar welke factoren spelen nog meer een rol als we het hebben over werkgeluk? 

‘Autonomie is een belangrijke factor. Uit onderzoek blijkt dat de helft van de werkende mensen in Nederland niet voldoende autonomie ervaart in zijn werk. Autonomie heeft te maken met: hoe kun je je werk doen in vrijheid; mag je zelf bepalen hoe je jouw taken doet? Nog een psychologische basisbehoefte is: ben je competent genoeg, heb de juiste papieren of ben je misschien juist overgekwalificeerd? En ook verbinding speelt een rol: hoe sta je in contact met je collega’s? Als je deze vragen negatief beantwoordt, dan kun je daar ongelukkig van worden. Dat komt omdat je jouw talenten niet volledig gebruikt en je een soort muis in een tandwiel wordt: je gaat maar door, maar het brengt je geen geluk. Je geeft veel aan het bedrijf waarvoor je werkt, maar doet niet wat goed voor jezelf voelt. Voel je te weinig of geen autonomie, dan is het tijd om de regie over je eigen werkgeluk te nemen. 

Duidelijk, maar hoe doe je dat dan? Hoe neem je de regie over je eigen werkgeluk?

‘De eerste stap is: neem je gevoel serieus en schrijf alles wat in je opkomt over wat je wel én wat niet bevalt aan je werk op. Dan herken én erken je de situatie voor jezelf. De dingen die je niet leuk vindt aan je werk, mag je best uitspreken tegen je manager of leidinggevende. Want als je het niet uitspreekt, dan blijft het conflict in jezelf en wordt er misschien niks aan gedaan. Bedenk van tevoren al drie tips voor je manager om de situatie te veranderen, zodat jij je werk kan doen zoals je dat wilt doen. Zo neem je in eerste instantie al de regie.’ 

Hoe gaat dat dan verder, wat kunnen werkenden nog meer doen? 

‘De tweede stap, of eigenlijk ‘tool’, gaat over authenticiteit: écht jezelf durven zijn op werk. Pel alle lagen af van wie je denkt dat je moet zijn. Op je werk hoef je dan niet meer je professionele jas aan, maar ben je dezelfde persoon als daarbuiten. Dat betekent niet dat er geen grens tussen werk en privé mag zijn, maar als je jezelf kunt zijn op werk kost dat minder energie en voel je je gelukkiger. Over energie gesproken, stap 3 in mijn boek gaat over je energiesysteem. Dit systeem bestaat uit vier lagen in ons energieveld: de fysieke-, emotionele-, mentale- en spirituele laag. Als deze vier met elkaar in balans zijn, dan voel je je lekker. Maar slaap je bijvoorbeeld slecht (fysiek), dan voel je je overdag somber (mentaal). Als je een scan maakt van deze lagen, dan weet je aan welk onderdeel je kunt werken om je beter in je vel te voelen.’ 

Interessant, wat is de volgende stap of tool? 

‘Dat is stap 4, deze gaat over je soft skills: je zachtaardigheid, begrip, compassie en sociale vaardigheden bijvoorbeeld. Deze soft skills dragen bij aan het gevoel dat jij een ander, in dit geval je collega’s, geeft. Deze skills kun je gemakkelijk trainen, waardoor je bijdraagt aan een positieve sfeer op de werkvloer. Nummer 5 is zelfreflectie. Werp regelmatig een blik naar binnen om te checken hoe het met jezelf gaat. Dan ben je er op tijd bij als er gevoelens van onrust zijn over een werktaak of -situatie. Maak hier een routine van door het elke dag te doen, bijvoorbeeld als je ‘s avonds onder de douche staat. Stel jezelf bijvoorbeeld de vraag: wat laat ik nu los van mijn werk? Want ook dát is zelfreflectie.’ 

Fijn, die oefening onder de douche, maar kan het misschien ook op een ander moment of locatie? 

‘Zeker, kies een moment waarbij je afscheid neemt van de je werkdag en overschakelt naar privé. Het kan bijvoorbeeld ook wanneer je jouw werkkleding verruilt voor je huispak. Of wanneer je ontspannen aan het koken bent. Dan zijn we bij stap 6 aangekomen. Deze kun je, net als stap 5, op een rustig moment doen. Deze gaat over je krachtbronnen, ofwel je energiegevers en energienemers. Bedenk waar je deze dag energie van hebt gekregen en wat je veel energie heeft gekost. Als je dit weet, dan weet je ook wat je de volgende dag anders kan doen. De laatste stap, nummer 7, is het levenswiel. Een psychologisch instrument dat de verschillende fases van projecten weergeeft. We beginnen vaak aan een project, voeren het uit en ronden het af. Maar wat we in veel gevallen vergeten is om te evalueren. Terwijl deze rustfase juist zo belangrijk is. Pak je geen rustmomenten tussen projecten, dan is dat het recept voor een burn-out. Bovendien komt evalueren een project juist ten goede. Mensen zijn soms bang voor de leegte, terwijl er dan juist veel gebeurt om later mooie dingen te doen.’

Zelf de regie nemen over je werkgeluk kan dus op veel manieren, maar hoe weet je nu zeker of wat je doet nog wel bij je past? 

‘Kijk hiervoor naar de drie factoren die ik eerder benoemde: autonoom, competent en verbindend. Kun jij je werk niet doen zoals jij dat wilt, heb je een ‘bore-out’ en ga je niet zo lekker met je collega’s? Dan kun je beter weggaan bij je baan. Dan is het niet (meer) jouw plek. Vaak vinden mensen dat lastig, maar het kan ook gewoon zo zijn dat de levensduur van jouw aanwezigheid bij die organisatie op is en dat het zo bedoeld is. Mensen denken snel: ik ben niet goed genoeg, want ik moet weg. Maar ik geloof erg in: ‘there’s a right time and place for everything’. Dat geldt ook voor werk. Soms is het ergens klaar en dan ga je weer door. Verandering kan soms eng zijn, maar buiten je comfortzone groei je juist.’ 

Heb je tot slot nog één simpele tip om direct je werkgeluk te vergroten? 

‘Jazeker: doe elke dag iets dat je nog nooit gedaan hebt. Neem eens een nieuwe route naar je werk of loop een dagje met een collega van een andere afdeling mee. Van nieuwe dingen krijg je namelijk weer kinderlijke energie en voel je je levenskracht weer stromen. Simpel en doeltreffend!’

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond leven?