Achtergrond
Leestijd
5 min.

Ben jij een slimmerik?

Wat is het verschil tussen intelligentie en IQ? En waarom kunnen we niet steeds slimmer worden tijdens ons leven?

Beeld: Tim Lahan

We gebruiken de termen vaak door elkaar, toch zijn intelligentie en IQ niet hetzelfde. Loes van Aken docent klinische psychologie aan de Radboud Universiteit en werkzaam binnen het Topklinisch Centrum voor Neuropsychiatrie: “Intelligentie is een breed theoretisch begrip, terwijl het IQ (intelligentiequotiënt) de meetwaarde van intelligentie is en een weergave van je functioneringsniveau. Een IQ-score zegt niet alles over onze intelligentie, maar het is nog steeds wel de beste manier om intelligentie te meten.”

IQ versus intelligentie

Hoe goed we presteren op een IQ-test is niet altijd constant. De een presteert ’s morgens beter, de ander op een ander moment van de dag. “Eigenlijk kun je beter zeggen dat mensen niet op elk moment even scherp zijn”, aldus Van Aken. “Want een iets betere score bij een IQ-test ’s morgens of ’s avonds maakt je nog niet intelligenter. Je intelligentie is namelijk redelijk stabiel, omdat die grotendeels in je genen verankerd zit. In de score van een IQ-test wordt rekening gehouden met heel kleine prestatieverschillen.” Mensen kunnen gedurende hun leven dan ook niet veel intelligenter worden, aldus Van Aken. “Je kunt wel deelvaardigheden trainen, zoals muzikaliteit of technisch inzicht, maar daar word je niet slimmer van op alle andere gebieden. Door hulp, feedback en oefeningen kun je wel verbeteren wat je al kunt. Maar een IQ van 80 wordt nooit een IQ van 120.”

Je intelligentie is redelijk stabiel, omdat die grotendeels in je genen verankerd zit

Hoogbegaafd

Het gemiddelde IQ in Nederland is 100, volgens de zogeheten normaalverdeling. Iemand met een score van 130 of hoger geldt als hoogbegaafd. Dit geldt voor ongeveer 2,5 procent van de Nederlanders. Circa 68 procent heeft een IQ tussen de 85 en 115. Niet alleen laagbegaafdheid kan problematisch zijn, ook een heel hoog IQ kan lastig zijn. Van Aken: “De maatschappij is ingericht op die grote middenmoot, de rest moet zich aanpassen. Voor mensen met een lichte verstandelijke beperking die het in hun eentje niet redden, zijn er tal van voorzieningen. Maar zowel voor de groep daarboven, laagbegaafde mensen, als voor hoogbegaafden die sturing nodig hebben, is het moeilijk om hulp te vinden.” Dat sommige mensen meer kans hebben op psychische problemen heeft deels te maken met intelligentie, aldus Van Aken. “Intelligentie is namelijk vooral een kwestie van je goed kunnen bewegen door de wereld, je kunnen aanpassen aan nieuwe situaties en je eigen gedrag kunnen overzien.”

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond leven?