Achtergrond
Leestijd
4 min.

Te veel sporten: van ontspanning naar mentale verslaving

We weten allemaal dat sporten gezond is voor lichaam en geest. En dat te veel sporten niet goed is voor je lijf. Maar geldt dat ook voor je mentale gezondheid? Kan te veel sporten slecht voor je zijn en zo ja: hoeveel is dan te veel?

Om het antwoord op deze vraag te achterhalen, hoef je als leek niet ver te zoeken. Zo blijkt uit onderzoek onder vierduizend sporters aan het Universitair Sportcentrum in Nijmegen dat ongeveer 1,5 procent van de sporters sportverslaafd is. Deze ‘verslaafden’ sporten gemiddeld bijna elke dag.

Geen erkende ziekte 

Hoewel sportverslaving (nog) geen erkende ziekte is, wijzen de symptomen wel die kant op. ‘’s Nachts dromen dat je geen mogelijkheid hebt om te sporten en daar zo onrustig van worden dat je na het ontwaken extra hard moet sporten om die onrust te verminderen’. Dit twitterde Ellen Bakker (29) op 6 juni 2019. In dezelfde periode schrijft de zelfverklaard sportverslaafde ook een blog over haar problematiek. ‘Sport is een vast onderdeel van mijn avondprogramma: fietsen, zwemmen of badminton. Ik mag nooit korter dan een half uur, anders wordt de onrust in mijn benen en hoofd ondraaglijk.’

Gezellige uitjes overslaan 

‘Al moet ik hiervoor belangrijke studieopdrachten schrappen, gezellige uitjes overslaan of na zo’n uitje tot na middernacht door sporten. Vermoeidheid, pijn, ziekte of verplichtingen mogen nooit een excuus zijn om het sporten over te slaan of te beperken’. De drang om te sporten was zo groot dat het bij Bakker leidde tot blessures aan haar knieën en nek, maar desondanks ging ze door. Zelfs haar stage begon er onder te leiden. ‘Ik kwam elke dag te laat omdat ik niet kon stoppen met sporten. Dan dacht ik: ik sta een kwartier eerder op, maar dat kwartier gebruikte ik dan om langer te sporten en zo kwam ik alsnog te laat.’ 

Ontwenningsverschijnselen

Nu, anderhalf jaar later, heeft Bakker geen last meer van dwangmatig veel sporten. Maar ze weet nog heel goed wat het haar bracht. ‘Tijdens sporten hoefde ik niet te denken of te voelen. Ik zat in die periode niet goed in mijn vel en sporten gaf me rust in mijn hoofd. Althans, voor dat kortstondige moment. Vergelijk het met alcohol of drugs: het doet iets prettigs met je, ook al weet je op dat moment al dat het niet goed voor je is.’

Hoewel het verhaal van Bakker klinkt als dat van een verslaafde, wordt sportverslaving door deskundigen niet gelijkgesteld aan een alcohol- of drugsverslaving. Immers: onthouding levert niet de ontwenningsverschijnselen op die we kennen van deze verslavingen. 

Positieve verbinding in de hersenen 

Lizzy Gevers (26) is psycholoog en topsporter en deed veel onderzoek naar zelfbeeldstoornissen en verslavend gedrag. Hoewel Gevers wijst op de lichamelijke effecten van sporten, zoals endorfines die vrijkomen en de ontspanning van spieren in een gespannen lichaam, erkent ze dat het grootste gedeelte van sportverslaving mentaal is. ‘Het gaat om het wennen aan gedrag dat continu wordt versterkt en bekrachtigt door jezelf én je omgeving. Op korte termijn ervaar je alleen maar voordelen van dat gedrag waardoor er een positieve verbinding in de hersenen ontstaat. Tegen de tijd dat je de nadelen ervaart en het sporten dus té veel is, zit het geestelijke en lichamelijk al te veel in je systeem en blijft je lichaam ernaar vragen’.

Traumatische ervaring 

Verslaving of niet, doorschieten in sporten wordt vaak onderschat. Ook psycholoog Gevers waarschuwt voor deze valkuil. ‘Bij zelfbeeldstoornissen als anorexia, boulimia en bigorexia (obsessie met de opbouw van spiermassa, red.) wordt vanuit de omgeving al snel alarm geslagen. Bij dwangmatig sporten is dat vaak niet zo. Je wordt eerder bevestigd in dat je “lekker bezig bent” en het is niet zo zichtbaar. Mensen die sporten of diëten worden alleen maar gecomplimenteerd. Tegen de tijd dat je echt doorhebt dat je een probleem hebt, is het al goed mis.’ 

Maar kom je daar weer uit, wanneer wordt sporten weer gezond? Gevers: ‘Wat je telkens ziet is dat extreem gedrag, bijvoorbeeld overmatig sporten, een manier is om om te gaan met emoties die we maar moeilijk een plekje kunnen geven. Voor de oplossing moet je dus terug naar de kern: waarom ben jij überhaupt begonnen aan dat gedrag, wat zit daarachter? Vaak is er een traumatische ervaring geweest is, die niet verwerkt is’. 

Andere keuzes

Bakker beaamt dat: ‘Ik was op de vlucht voor gevoelens. Maar er kwam een moment dat het ook fysiek gewoon niet meer ging. Uiteindelijk heb ik een paar andere keuzes in mijn leven gemaakt: ik ben gescheiden, verhuisd en heb een carrièreswitch gemaakt.’ Nu gaat het een stuk beter met Bakker en het sporten gebeurt nu niet meer dwangmatig. ‘Sporten is wel mijn passie, maar ik luister nu beter naar mijn lichaam. Als ik merk dat ik moe ben, hoeft het niet. Ik mag nu ook op bed gaan liggen.’

Sporten blijft gezond

Er is dus zoiets als een ongezond fanatisme als het om sporten gaat. Maar wat is dan wel een gezonde hoeveelheid, vroegen we Gevers nog. Mensen die veel sporten en hierbij een gezonde levensstijl hanteren hoeven zich geen enkele zorgen te maken, volgens de topsporter, die zelf 12 tot 16 uur uur per week sport. ‘Je hoeft pas bij jezelf te rade gaan als het sporten een móéten wordt, of als je merkt dat het niet kunnen sporten voor veel onrust zorgt. Dit zijn signalen waar je vraagtekens bij kunt zetten’. Gevers voegt eraan toe dat er in dat geval wel echt iets moet gebeuren. ‘Herken je deze signalen, probeer het sporten dan een keer over te slaan. Lukt dit niet, zoek dan hulp.’ 

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond leven?