Achtergrond
Leestijd
4 min.

Waarom krijg je griep meestal in de winter?

Als de ‘r’ weer in de maand zit, weten we hoe laat het is: het griepseizoen komt eraan. In de koude maanden hoor je veel meer gesnotter en geproest om je heen dan in de zomer. ‘Het heerst’, hoor je velen zeggen wanneer de zoveelste zich ziek meldt. Maar waarom slaat de griep altijd toe in de winter?

De griepgolf overspoelt ons land meestal pas wanneer de blaadjes van de bomen vallen. Zo rond oktober begint het, maar de hoogste piek ligt tussen december en februari. Pas in april is de griep weer uitgeraasd. Dat je ziek wordt van de koude lucht is daarom geen gekke gedachte. Toch is dat een fabeltje: je wordt niet ziek van de kou, maar van een griepvirus. 

Inbreker

Een virus is een microscopisch organisme, kleiner dan het kleinste stukje genetisch materiaal. Virussen worden vaak verward met bacteriën. Bacteriën zijn levende, eencellige organismen die zichzelf in leven kunnen houden. Ze kunnen zich zelfs in tweeën splitsen. Een virus kan dit allemaal dit niet, want het is geen levend wezen en heeft daarom een gastheer nodig om te overleven. Het bestaat uit genetisch materiaal (DNA of RNA) met daaromheen een dunne ‘schil’ van proteïnen. Pas als het virus de cellen van de gastheer binnendringt, wordt het gevaarlijk. Als een soort inbreker infiltreert het virus in de gezonde cellen en neemt het de functies over. De bouwstoffen van de cellen worden gebruikt om nieuwe virusdeeltjes te produceren. En die nieuwe virusdeeltjes gaan weer op zoek naar een nieuwe gastheercel. 

Gespecialiseerde virussen

Voor een virus is het knap lastig om in je lichaam te komen. Het is een dood pakketje dat niet op eigen kracht kan bewegen en moet meeliften via andere stoffen. En daarbovenop: je huid is een ondoordringbare barrière. Binnendringen moet via andere wegen. Dubbel zo lastig dus. Virussen hebben verschillende strategieën ontwikkeld om te reizen en om binnen te dringen. Elke virussoort is gespecialiseerd in tenminste één strategie. Je kunt drie groepen virussen onderscheiden:

  • Groep 1 dringt het lichaam binnen via een wondje of bloedtransfusie. Bijvoorbeeld het hiv-virus.
  • Groep 2 komt binnen via voedsel of drinken. Denk aan diarreevirussen.
  • Groep 3 lift mee met de lucht die je inademt. Dit doen griepvirussen.

Griepvirussen zijn dus eigenlijk ‘vliegers’. Ze liften mee met kleine waterdruppeltjes die de oude gastheer verspreidt door te praten, hoesten of niezen. Ze kunnen uren blijven rondvliegen in de lucht. Als de nieuwe gastheer deze druppeltjes inademt, komt het virus binnen. Via de longblaasjes reist het virus verder het lichaam in, op zoek naar nieuwe gastheercellen. 

Slim immuunsysteem

Zodra ons immuunsysteem de ‘inbrekers’ ontdekt, gaat het meteen aan de slag om ons lichaam te beschermen tegen het virus. We maken antistoffen aan die de geïnfiltreerde cellen aanvallen en het virus eruit proberen te dringen. Als het virus verjaagd is, komt ons adaptieve immuunsysteem om de hoek kijken. Dat onthoudt op welke manier het virus is verslagen. Mocht het virus in de toekomst terugkeren, dan kan het direct uitgeschakeld worden. 

Bij vaccinaties wordt er op een slimme manier gebruik gemaakt van het adaptieve immuunsysteem. Als je gevaccineerd wordt, worden er geïnfecteerde virusdeeltjes in je lichaam gespoten. Dit is niet genoeg om er daadwerkelijk ziek van te worden, maar wél voldoende voor je lichaam om te herkennen als gevaarlijk virus. Je lichaam start meteen met antistoffen maken die hierna weer opgeslagen worden in het adaptieve immuunsysteem. Zo helpt een vaccinatie je te wapenen tegen het virus.

Koud is waar het virus van houdt

De meeste infectieziekten zijn seizoensziekten. Bij griepvirussen heeft dat vooral te maken met de temperatuur en luchtvochtigheid. Ze gedijen bij winterweer, wanneer de lucht koel en droog is. Koude lucht bevat namelijk minder vocht dan warme. Bij zomerse temperaturen en een hoge luchtvochtigheid buigen de virusdeeltjes zich sneller af naar de aarde. Ze vallen als het ware sneller naar beneden. In koele, droge lucht verdampen de uitgeademde waterdruppels waardoor ze klein genoeg zijn om lang rond te zweven. Zo vliegen ze makkelijk over naar de volgende persoon.

Ook verspreidt een griepvirus zich gemakkelijker als veel mensen dicht op elkaar zitten in een slecht geventileerde ruimte, zoals in de bus of in een klaslokaal. Dit gebeurt vaak in de winter. Grote groepen mensen komen dan samen, ramen blijven potdicht door de kou en de verwarming zorgt voor kurkdroge lucht. Ideale omstandigheden voor een virus om zich te verspreiden. 

Wintergriep vs. covid-19

Bij griepvirussen is het slijmvlies van de luchtwegen ontstoken. Het begint vaak zeer plotseling met koorts, hoofdpijn, vermoeidheid, spierpijn, keelpijn en droge hoest. Covid-19 wordt veroorzaakt door een coronavirus. Coronavirussen veroorzaken ook klachten aan de luchtwegen. Er zijn veel verschillende soorten coronavirussen. De ziekte covid-19 wordt veroorzaakt door het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2. Dit virus verspreidt zich net als een ‘normaal’ griepvirus via druppeltjes in de lucht. De ziekte kan luchtwegklachten en koorts veroorzaken, maar in ernstige gevallen ook ademhalingsproblemen. Het RIVM heeft de verschillen en overeenkomsten overzichtelijk weergegeven in dit schema.

Beeld: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond leven?