Interview
2
Leestijd
4 min.

Wat als een familielid of goede vriend(in) psychisch ziek wordt?

In het afgelopen jaar had ongeveer 20% van de mensen één of meerdere psychische aandoeningen. Angststoornissen komen het vaakst voor, maar soms kan iemand ook in een acute psychose terechtkomen. Zoals bij de 19-jarige dochter van Linda, die sinds drie jaar in een beschermde zorginstelling woont. En dan?

Psychische stoornissen komen veel voor in Nederland. Uit cijfers van Trimbos blijkt dat 4 op de 10 mensen ooit in hun leven één of meerdere psychische aandoeningen hebben gehad. Angststoornissen en depressie komen het vaakst voor (volksziekte nummer één), maar ook dwangstoornissen, eetstoornissen, slaapstoornissen of posttraumatische stressstoornissen komen veel voor. Wat doe je als een familielid of goede vriend(in) psychisch ziek wordt? Hoe ga je daarmee om? Linda* (57) vertelt haar verhaal. 

Beestjes over haar huid 

‘Ze was al een tijdje ongelukkig. Achteraf gezien had ik de signalen al eerder kunnen oppikken, maar ik zat destijds zelf midden in een scheiding. Mijn dochter is nu 19 en woont sinds drie jaar in een beschermde zorginstelling. Op haar zestiende kreeg ze een acute psychose. Ze raakte verward, ging ratelen, had een extreem hoog energieniveau en begon verhalen te vertellen waar ik geen touw aan kon vastknopen. Sommige dingen waren beangstigend. Zo dacht ze dat er beestjes over haar huid liepen. “Kijk, mama, daar lopen ze!” Ze zag ze ook écht. Ze was volledig in paniek en niet meer tot rust te brengen. Ik wist niet wat ik moest doen.’

Bang voor eigen dochter  

‘Later heb ik begrepen van professionals dat mensen met een psychose, hoewel ze niet meer aan te spreken zijn, zich ontzettend bewust zijn wat er op dat moment gebeurt. Het is geen blinde vlek. Ze zei ook: “Mam, het gaat niet goed met me.” Ik ben op dat moment met haar naar de huisarts gegaan, maar omdat het zondag was kwamen we op de huisartsenpost terecht. Ze kreeg een pilletje mee en werd weer naar huis gestuurd. Er bleken nog 200 wachtenden te zijn in de jeugdpsychiatrie. Ik vond het doodeng om haar weer mee naar huis te nemen. Want naast verbaal, was ze ook fysiek gewelddadig geworden. Ze had me al diverse keren geslagen en steekt met kop en schouders boven me uit. Ik was bang geworden voor mijn eigen dochter.’

Smeken om spreektijd 

‘Het ergste was, dat ze ontzettende argwaan kreeg. Ze vertrouwde er niet meer op dat ik het best met haar voor had. Twee dagen later kon ik terecht op de poli jeugdpsychiatrie. Ze wilde niet mee. Toch heb ik daar net zo lang met haar gewacht tot er plek voor haar was. Ik heb daar 8,5 uur gezeten. Maar ik wist dat ik de verantwoordelijkheid voor haar niet meer in m’n eentje kon dragen. Wat ik schadelijk vind, is dat de wet zo werkt dat iemand alleen vrijwillig opgenomen mag worden. “Als zij niet zelf om hulp vraagt, gaan we niks doen”, hoorde ik. Maar mijn dochter was zelf niet meer in staat om te bepalen wat goed voor haar was. Om die spreektijd alleen, zonder haar, moest ik bijna smeken.’ 

Zusje kwijt  

Linda’s dochter is uiteindelijk opgenomen, maar het heeft lang geduurd voor ze op de juiste plek zat. ‘Aan dat proces heb ik heel veel zorgen en stress gehad. Een levenscoach heeft me veel steun geboden tijdens dit alles. Iemand van buiten de familie aan wie ik mijn ei kwijt kon. Zij heeft me heel veel gebracht. Ik kon haar ook altijd bellen als er iets was. Toch heeft het heel veel invloed op mij en mijn twee andere kinderen gehad. Met haar broer en zus heeft mijn dochter geen warme band meer. Zij zijn het zusje kwijt dat ze dachten te hebben. Voor mijn gevoel zit ik in een rouwproces. De toekomst die ik voor haar zag, die zie ik niet meer.’

Trek aan de bel 

Ursula Hendriks-van den Bos, GZ-psycholoog met een specialisatie psychotrauma en PTSS, behandelt veel partners en familieleden van mensen met een psychische stoornis. Ze schrijft er zelfs een boek over. ‘Een deel van het boek gaat over de patiënten zelf, maar ik schrijf vooral over hoe je een dergelijke diagnose herkent, welke hulp er mogelijk is en hoe je er als partner of als kinderen van een ouder mee om kan gaan’, vertelt ze. ‘Mijn advies: zoek zo snel mogelijk hulp. Voor de ander, maar ook voor jezelf. Veel ouders of partners cijferen zichzelf weg omdat ze te veel van de zorg overnemen, of gaan mee in de angsten van de ander. Ik denk zo vaak: had toch eerder aan de bel getrokken.’  

Waardevolle lessen

Ondanks de afgelopen drie bewogen jaren, heeft Linda toch veel waardevolle lessen geleerd die ze graag wil delen met ouders of familieleden die in een soortgelijke situatie zitten. ‘Eén van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb, is dat je iemands identiteit los moet zien van zijn of haar gedrag. Hoe je je gedraagt, is niet wie je bent. Dat geeft me elke keer weer de kracht om rustig in gesprek te gaan. Ik ben niet meer in strijd, zoals vroeger. Daarnaast kun je er echt alleen voor een ander zijn als je zelf stevig in je schoenen staat. Ik voelde me altijd heel verantwoordelijk voor hoe mijn dochter zich voelde, maar daar heb ik afscheid van genomen.’ 

Ursula beaamt dat. ‘Luister, geef aandacht en toon begrip, maar ga niet te veel adviezen geven. Vraag expliciet wat je kunt doen om te helpen, maar blijf ook goed voor jezelf zorgen. Hoe beter het met jou gaat, hoe beter je er voor je familielid, dochter of partner kunt zijn.’ Voor Linda was er een leven voor en een leven na de psychose. ‘Wat ik als laatste tip wil meegeven: laat je nooit afschepen door instanties. Zorg dat je één op één een gesprek kan voeren als je denkt dat je kind of partner niet in staat is om zelf beslissingen te maken.’

*Om privacyredenen is de naam van Linda gefingeerd.

Reacties (2)

Het wordt wel heel mooi geschetst de hulpverlening! Uit ervaring weet ik dat het anders is helaas…

Hoi Marja, voel je vrij om altijd je verhaal te delen! Groetjes, Vicky (auteur van dit stuk)

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond leven?