Interview
2
Leestijd
4 min.

Werkplezier op de corona-afdeling: ‘We zijn moe, maar ons team is hechter dan ooit’

In de ziekenhuizen is het alle hens aan dek en het zorgpersoneel loopt op zijn tandvlees. Gaan zorgverleners eigenlijk nog met plezier naar hun werk? Vivienne van Schaik en Christine Berkel, verpleegkundigen op de corona-afdeling van een ziekenhuis, delen hun ervaringen.

Beeld: Vivienne van Schaik © St. Antonius Ziekenhuis Utrecht/Nieuwegein

Tijdens de eerste golf belandde het zorgpersoneel in de media-schijnwerpers. Nu gaat de aandacht veelal uit naar de coronamaatregelen en langverwachte vaccinaties. Toch staan de Nederlandse ziekenhuizen nog steeds op hun kop. Niet geheel onverwacht kampt de zorg- en welzijnssector met het hoogste ziekteverzuimpercentage van alle bedrijfstakken, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het ziekteverzuim was sinds 2003 niet meer zo hoog als in 2020.

Solidariteit

Hoewel de hectiek ook in het St. Antonius Ziekenhuis aanwezig is, gaat verpleegkundige Vivienne van Schaik (28) nog steeds met plezier naar werk. Ze beschrijft 2020 als een pittig jaar, maar de saamhorigheid is een waardevolle bron van motivatie: ‘Het teamgevoel is door de coronacrisis enorm gegroeid. We zijn hechter geworden en kunnen met elkaar lachen en huilen.’ 

Ook Christine Berkel (20), verpleegkundige in het Haaglanden Medisch Centrum, begint de werkdag ondanks de opgevoerde druk met goede zin: ‘Het is een rollercoaster, de ene keer gaat het harder dan de andere keer, maar het werkplezier is absoluut nog aanwezig. Soms kom ik uitgeblust thuis, maar mijn team is ontzettend hecht’, zegt Berkel. ‘We houden samen de sfeer erin, iedereen is altijd open voor een geintje. Daardoor is het goed vol te houden.’

Beeld: Christine Berkel © Jerome de Lint

Coronamoe

De pauzes in de koffiekamer zijn voor Van Schaik waardevoller dan ooit. Ze heeft met haar collega’s afgesproken om tijdens deze momenten níét over corona te praten; gezelligheid staat voorop. ‘We kunnen gelukkig om de kleinste dingen lachen, dat is nu extra belangrijk.’ Beide verpleegkundigen proberen buiten werktijd het laatste nieuws rondom corona zoveel mogelijk te vermijden. Van Schaik: ‘Wij worden dag in dag uit ermee geconfronteerd: op het werk gaat het over corona, maar ook wanneer we thuiskomen en de televisie aanzetten of de krant openslaan. Alles gaat over corona.’

Ondersteuning

Een belangrijke factor die meespeelt in het werkgeluk zijn de intern genomen maatregelen: ‘Er wordt goed voor ons gezorgd. We krijgen op de corona-afdeling lekkere lunch en avondeten bezorgd. Dat helpt om te kunnen ontspannen’, zegt Van Schaik. Daarnaast draagt de materiële ondersteuning bij aan de verhoging van het werkplezier: ‘Als wij de technische dienst bellen, zijn ze snel met het plaatsen van nieuwe faciliteiten. Het werkproces wordt daardoor soepeler’, zegt Van Schaik. ‘Hoe efficiënter ik kan werken, hoe meer plezier ik op mijn werk ervaar.’

Als reactie op de verhoogde werkdruk hebben beide ziekenhuizen een buddysysteem geïntroduceerd. Voor Berkel speelt die ondersteuning een belangrijke rol: ‘Intern wordt er van alles in gang gezet om de druk zo draaglijk mogelijk te houden.’ Ook kleine gebaren werpen hun vruchten af: ‘Onze leidinggevenden sturen regelmatig een hoe-gaat-het appje of mail. Het doet me goed dat er naar ons om wordt gekeken en naar ons wordt geluisterd.’

Pittige tweede golf

Wel ervaart Van Schaik dat de sfeer op de afdeling een andere wending heeft genomen: ‘De eerste golf gaf ons een adrenalinekick, maar die is inmiddels verzwakt. De huidige golf duurt eigenlijk te lang, we zijn echt moe. Soms zitten er diensten bij waarvan ik denk: hoe houd ik het vol?’ Ook mist ze het om anderen op lastige momenten te kunnen troosten: ‘Ik wil weer een arm om mijn collega’s kunnen slaan. Het is pittige zorg, we maken met z’n allen veel mee en dan is het fijn als je elkaar een knuffel kan geven.’

Berkel heeft er vooral moeite mee als mensen de coronamaatregelen minder serieus nemen: ‘Ik heb veel liever dat mensen minder voor ons klappen en zich in plaats daarvan beter aan de regels houden.’

Stip aan de horizon

Gelukkig bieden de inentingen hoop. Van Schaik: ‘Eindelijk is er licht aan het einde van de tunnel, waardoor we denken: kom op, we zetten onze schouders eronder. We kunnen dit met elkaar.’ Berkel kan later terugkijken op een leerzame periode: ‘Ik ben pas gediplomeerd, dus in deze periode heb ik ontzettend veel ervaring opgedaan.’ Van Schaik: ‘Ik hoop dat we dit snel kunnen vergeten, maar ik ben nu al enorm trots op wat we samen gedaan hebben. We hebben elkaar zo goed ondersteund. Trotsheid wordt de rode draad binnen ons team.’

 

Bron: Vivienne van Schaik, verpleegkundige bij het St. Antonius Ziekenhuis Utrecht/Nieuwegein en Christine Berkel, verpleegkundige bij het Haaglanden Medisch Centrum in Den Haag.

Reacties (2)

Ik wordt depressief van het gestuntel van die hele Haagsche Club. Geen mondcapjes, geen Corona App, geen vaccins, dan te weinig vaccins, Verplicht mondcapjes etc. etc. Er gaat vrijwel niets goed, zelfs de beslissingen durven ze niet te nemen. Dat heten nu BESTUURDERS te zijn. BAH !!!

Geweldige verplegende vertellers, Ga door en houd moed !!
Ook voor jullie, alle verplegenden, volgt het einde van de tunnel.
Ik hoor tot de bejaarden, maar heb veel respect voor jullie werk
en baal van sommigen die de regels aan hun laars lappen en zelfs tot plunderingen en aanvallen op alle hulpverleners uitvoeren. Veel Sterkte !!

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond leven?